Ontwaken tot geduld

Er is een woord dat Meester Keizan gebruikt om het ontwaken van Funayasha (de 11e Indiase patriarch van onze traditie) te beschrijven, en dit woord lijkt op niets wat we ooit eerder hebben gehoord. Hij zegt: „Hij verkreeg het volhardende geduld van de dharma van het niet-geborene.” (1)
Geduld. Dat is de beoefening. Geen kennis. Geen zekerheid. Geduld. Een manier van zijn.
Funayasha was een serieuze beoefenaar. Toen zijn meester Barishiba hem vroeg waar hij vandaan kwam, antwoordde hij met een rustige zelfverzekerdheid: “Mijn geest verblijft nergens, gaat nergens heen.”
Dat is prachtig verwoord. We horen er zelfs een verre verwijzing naar de “Diamantsoetra” in!
Barishiba vroeg hem toen: “Bent u niet gevestigd?” Funayasha: “De Boeddha’s zijn eveneens zo.” Barishiba: “U bent niet de Boeddha’s; de Boeddha’s zijn eveneens niet.”
Dit antwoord was niet gericht op het denken van Funayasha. Het was gericht op de handeling achter de gedachte — dat proces in ons waarbij begrip subtiel verandert in vastgrijpen. Waarbij de openheid van de dharma zich in zichzelf sluit en verworvenheid wordt.
Het is niet zo dat de kennis onjuist is. Het is dat ze ondoorzichtig wordt zodra men zich erin nestelt. Begrip, als men het te dicht op de huid zit, werpt een scherm op.
Dus beoefende Funayasha drie weken bij zijn meester. Niets spectaculairs. Geen bijzondere onderrichting, geen gebeurtenis, geen beslissend woord. Drie weken zazen, kin-hin, dagelijks werk, naakte aanwezigheid, loslaten van zijn eigen meesterschap.
En hij ontwaakte. Of liever gezegd, “hij werd geraakt door het ontwaken”, zoals Meester Keizan het subtiel zegt.
Wat de duur betreft, had Meester Keizan ook drie maanden kunnen schrijven. Of drie jaar. Het getal doet er minder toe dan wat het aanduidt: de tijd die aan de beoefening wordt besteed zonder te verwachten dat er iets gebeurt. Het is niet de maatstaf van een specifieke duur. Het is een kwaliteit van aanwezigheid.
Geduld is niet iets afwachten zoals je op de tram wacht. Geduld is de beoefening de tijd geven.
Wat ik vaak zie bij nieuwsgierige mensen die naar de dojo komen, is dat ze een instant beoefening verlangen. Een snelle, goed uitgevoerde ervaring. En een tastbaar, meetbaar resultaat…
Wat betekent drie weken? Drie maanden? Drie jaar? Dertig jaar beoefening? Uiteindelijk is dit allemaal één en hetzelfde: geduld. Geen berusting. Geen passief afwachten. Maar die kwaliteit van aandacht die het niet-weten accepteert en die afstand doet van het vasthouden en grijpen dat gewoonlijk onze stappen leidt.
We moeten dus het smalle pad van de tijd van geduld bewandelen. Dat is precies de ervaring van Funayasha. Niet het begrip loslaten, maar het lichter vasthouden. De beoefening laten werken waar het analytische denken niet kan komen.
Overigens zegt Meester Keizan in zijn commentaar: “Het is niet mogelijk om te weten door middel van redenering (…) het is niet mogelijk om te weten door de wijsheid van de Boeddha’s.”
En in deze onmogelijkheid ligt de kern: de dharma van het niet-geborene.
Niet-geboren. Anutpāda, in het Sanskriet. Dat wat niet voortkomt uit oorzaken en voorwaarden. Het is zonder oorsprong. Dat wat niet voortgebracht wordt. Traditioneel is dit de definitie van nirvana. Het is van niets afhankelijk. Zelfs niet van de beoefening. Zelfs niet van geduld.
Dit zijn deze drie weken van beoefening van Funayasha. Het geduld van de tijd. Aangezien het niet verschijnt, is het zinloos om te wachten. Wat niet verschijnt, verdwijnt niet. Verlichting heeft geen begin en geen einde. Het is alomtegenwoordig. Je hoeft alleen maar geduld op te brengen om het te ervaren.
Toch waarschuwt Meester Keizan ons om van dit ‘niet-geboren’ geen ultiem principe, geen absolute waarheid te maken. Er zit juist iets ongrijpbaars in. Het is slechts een toegangspoort tot de Weg waar de “wijzen terugkeren naar de beginnersgeest”. Dus naar het “niet-weten”.
Het is de beoefening zelf die het ontwaken is. Niet het resultaat. Niet de conclusie. De dagelijkse, geduldige handeling, zonder bestemming.
—————
1. Ik heb alle citaten overgenomen en in het Nederlands vertaald uit Denkōroku – Keizan Jōkin, Franse vertaling door Jean Nyojō Rat, Almora Editions (2024), p. 133-137
Foto door Fons Heijnsbroek op Unsplash
