Skip to content

Wat is vrijheid?

De laatste weken heb ik mij verdiept in de Shin Jin Mei (in het Chinees: 信心銘 Xinxinming), historisch gezien de eerste tekst van onze zen-school (de Chinese Chan-traditie), geschreven door Jianzhi Sengcan (in het Japans: Kanchi Sōsan (529-613)).

Dit “filosofisch gedicht” is in verzen geschreven en zoals met vele oude teksten is de vertaling hiervan naar onze hedendaagse, Westerse talen niet zo evident.

Toch ontstaat door die moeilijkheid soms interessante kortsluitingen tussen concepten die enkel op het niveau van de betekenis van woorden eigenlijk op het eerste zicht niet opvallen.

Zo vertaalt Meester Deshimaru (waarvan ik de commentaren nu lees) het volgende vers: 良由取捨‎ 所以不如 als: “Omdat we willen grijpen of verwerpen zijn we niet vrij.‎”, terwijl ik op vele andere plaatsen de volgende vertaling lees: “Wanneer je iets vastgrijpt en afwijst, bestaat er geen ‘zo-heid’”. (1)

In zijn commentaar gaat Meester Deshimaru dieper in op de kanji 如 (nyo – de laatste kanji in het bovengenoemde vers) waarvan hij eerst zegt dat hij de “ware vrijheid” betekent (2). En hij voegt er ook aan toe: “De betekenis van nyo is onbegrensd en niemand kan het volledig begrijpen.”

Puur volgens het woordenboek betekent 如 (nyo): “gelijkenis”, “zoals”, “bijvoorbeeld” en ook: “tathata”, een eigenschap die aan de Boeddha wordt toegekend: de “zo-heid”. Zo ontstaat er een interessante “kortsluiting” van betekenis tussen: “gelijkenis” – “zo-heid” – “Boeddha” en nu dus ook “vrijheid”.

Volgens Meester Deshimaru is de kanji nyo verwant met het woord nyorai (如来) die dus de naam is die aan Shakyamuni en ook alle voorgaande Boeddha’s wordt gegeven. In het Sanskriet: Tathāgata: de “zo-gekomene” of de “zo-heengegaan”.

In Wikipedia vinden we: “Vaak wordt aangenomen dat de term ofwel ‘degene die aldus is heengegaan’ (tathā-gata), ‘degene die aldus is gekomen’ (tathā-āgata), of soms ‘degene die aldus niet is heengegaan’ (tathā-agata) betekent. Dit wordt geïnterpreteerd als een verwijzing naar het feit dat de Tathāgata boven alle komen en gaan staat – boven alle vergankelijke verschijnselen. Er bestaan echter ook andere interpretaties en de precieze oorspronkelijke betekenis van het woord staat niet vast.”

Wat overeenstemt met het “ongrijpbaar”, “ongelimiteerd”, “onbegrijpelijk” aspect van 如 (nyo) en nyorai 如来 zoals Meester Deshimaru het uitlegt.

De stap die hij dan naar “vrijheid” legt is een creatief gegeven die helemaal past in de context van de Shin Jin Mei. Precies omwille van onze neiging tot “grijpen” en “verwerpen” zijn we niet vrij de dingen te zien zoals ze zijn (tathatā). Meester Deshimaru: “Zelfs als we ‘ku’ grijpen, neemt het niet af; zelfs als we ‘ku’ verwerpen, neemt het niet toe. Wat is ‘nyo’? Wat is ware vrijheid? Denk vandaag eens na over deze koan.”

Onze voorkeuren en afkeer, onze verbeelding, onze gewoontes leggen een ondoorzichtige waas over alle verschijnselen die we tegenkomen en blokkeren als het ware de toegang tot hen. Vandaar de onmogelijkheid “vrij” te zijn, de onmogelijkheid door te dringen tot die “zo-heid” van alle dingen.

(1) Overzicht van verschillende vertalingen van de Shin Jin Mei

(2) Commentaar en citaten uit dit artikel van Meester Deshimaru zijn hier te vinden: “Shin Jin Mei, édition intégrale, AZI“, 1975, p.45

Credit foto’s: Annemie Van Attenhoven. De beide afbeeldingen komen uit haar publicatie “100 km dansen met de kleine dingen” die ze maakte in het kader van haar lessen fotokunst aan de academie van Anderlecht. Je kunt het volledig boek hier bekijken en/of bestellen.

"Zen is de kunst met alle dingen te dansen."

Back To Top