Vrede bewerkstelligen

Vrede begint intern
Vandaag de dag vragen veel mensen zich af hoe ze vrede kunnen bewerkstelligen of helpen realiseren. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat vrede er is?
Vrede is niet iets buiten ons — iets dat we van “buiten” moeten verwachten, of dat anderen voor ons in het leven kunnen roepen. We vergeten vaak dat door de onderlinge afhankelijkheid onze innerlijke geestesgesteldheid op een onzichtbare manier verbonden is met ontelbare verschijnselen “buiten ons”. Als we rust en vrede in onszelf kunnen realiseren, zal dit een invloed hebben op “de rest”.
Vrede begint dus met onszelf. Alle spirituele leiders hebben dat geformuleerd. Ook de Boeddha.
Zazen zelf is een expressie van vrede. Heel veel verschillende mensen komen in de dojo bijeen — van uiteenlopende achtergronden, familiale contexten, jobs; met karakters en kenmerken die soms helemaal niet met elkaar “matchen”. En toch kunnen ze hier, in de dojo, zich in stilte concentreren en bewegingsloos zijn. Vrede is dus mogelijk.
Maar hoe doe je dat buiten de dojo, wanneer de zazen is afgelopen? Door de beoefening verder te zetten. De beoefening stopt niet aan de deur van de dojo!
Een hint
Ik kom even terug op het verhaal van Gayashata en zijn leraar Samghanandi (de 17e patriarch in onze overdrachtslijn). Hier schuilt misschien een hint die ons kan helpen.
Gayashata had zijn familie verlaten, was Samghanandi gevolgd en monnik geworden. Hij leefde met hem in de tempel. Op een dag hoorden ze allebei het geluid van een tempelklok. In een tempel hangen traditioneel veel klokken — we hebben er hier zelf eentje aan de buitenkant van de dojo. Maar ook aan de hoekpunten van het dak hangen kleine klokken, en dat geluid hoor je dan de hele dag.
Samghanandi vroeg aan Gayashata: “Wat klinkt er hier — de wind of de klok?”
Gayashata antwoordde: “Het is niet de wind. Het is niet de klok. Het is enkel mijn geest die weerklinkt.”
Samghanandi vroeg: “Aan wie behoort die geest?”
En Gayashata antwoordde: “Alles samen, stil en in stilte.” (1)
Dit is een mooie definitie van vrede.
Waarnemen zonder afstand
Als wij een geluid horen, is er altijd een afstand: we horen iets “in de verte” — alleszins “buiten onszelf”. Aan de ene kant is er “ik” met mijn waarneming, en daarbuiten de externe objecten: de geluiden, het licht, de vormen. Er is altijd een “ik” en een “buiten”.
Als Gayashata zegt “het enkel is mijn geest die weerklinkt”, is er geen afstand meer. Daarom zegt Meester Keizan in zijn commentaar: “Gayashata wist het — er is nooit ook maar de geringste onderscheid van een buitenkant geweest, zelfs niet in de vorm van één enkel stofdeeltje.” (2)
Dat is de hele kunst van de beoefening: de afstand opheffen, die fundamentele eenheid tussen “onszelf” en “de buitenkant” ervaren.
Hoe doe je dat?
Het probleem is: die ervaring kun je niet “willen”, kun je niet controleren. Wat we wél kunnen doen is een gunstige context creëren om die ervaring mogelijk te maken. Dat is de toegangspoort tot vrede.
Als je blijft onderscheidingen maken, ben je niet in rust. Zal er nooit vrede zijn. Daarom zegt Gayashata: “Alles samen, stil en in stilte.”
Het is goed om dat in gedachten te houden, zodra we de dojo verlaten en de beoefening verder zetten in al onze handelingen.
Die fundamentele eenheid zien, ervaren, begrijpen — en er naar handelen. Als je dat doet, straal je vrijheid uit. Rust.
Vrede.
————
(1) Ik baseer mij op de Franse vertaling van de “Denkoroku” van Meester Keizan door Jean Nyojo Rat – Editions Almora, p.199
(2) – “Denkoroku” p. 204
