Je kunt niet twee keer (op dezelfde manier) op een zafu zitten

In het begin van zazen concentreren we ons vooral op het verscherpen van de aandacht: we volgen bewust onze ademhaling. Een goede manier om ons te verankeren in het “hier en nu”. Ook de blik is belangrijk: aanwezig zijn in de blik, de ogen halfgesloten houden om net genoeg te “zien” zonder echt naar iets te “kijken”. Aandacht ontwikkelen heeft niet de bedoeling ons op slechts één punt te vestigen. De geest moet vrij blijven.
Waarom is de ontwikkeling van aandacht zo belangrijk in onze beoefening? Door de onbestendigheid van alle fenomenen is elk moment werkelijk uniek. Het licht verandert voortdurend. De omgeving waarin we ons bevinden verandert constant. Ook onze “innerlijke wereld” kent geen stilstand: nieuwe gewaarwordingen en sensaties overrompelen ons, gedachten volgen elkaar snel op, onze emotionele respons is voortdurend in beweging.
Die onbestendigheid observeren is belangrijk. Het is een van de kernmerken van het onderricht van Boeddha. Niets blijft. De veranderlijkheid zorgt ervoor dat niets stabiel is — en dus niets een “vaste vorm” heeft. Tegelijkertijd zegt die vaststelling ons ook dat we niets kunnen grijpen. Dat we niets kunnen vasthouden. Ook ons “zelf” niet. Samen met dukkha (het pijnlijke ongenoegen) en anātman (de leer van geen “zelf”, geen “ziel”) is deze anitya (de onbestendigheid) één van de drie pijlers van het onderricht van Boeddha. We kunnen nergens een vaststaand en onveranderlijk “iets” vinden. Alle samengestelde objecten, die door oorzaken en omstandigheden tot stand zijn gekomen, zijn onvermijdelijk onderhevig aan verandering, verval en uiteindelijk verdwijning.
We kunnen niet fijn genoeg waarnemen om al die subtiele veranderingen te zien. Bovendien zorgt onze innerlijke voorstelling van de wereld ervoor dat het lijkt alsof alles relatief onveranderlijk blijft en zich in één welbepaalde toestand bevindt — op die manier een soort continuüm vormend. Ook ons zelfbeeld en het geloof in een ononderbroken “zelf” werken zo. Om ons voor die denkfouten te behoeden, moeten we ons trainen in aandacht en observatie, zodat we geen onjuiste conclusies trekken.
De Griekse wijsgeer Herakleitos zei het al: “Men kan niet tweemaal in dezelfde rivier stappen.” Het water stroomt continu voort. Bovendien verandert ook degene die er doorwaadt. De twee zijn nooit dezelfde. Als we op regelmatige basis zazen doen, beelden we ons al snel in dat we altijd “hetzelfde doen”. Het is opnieuw zo’n foutieve voorstelling.
Je kunt niet twee keer op dezelfde manier op een kussen zitten. Dat is een wetmatigheid die we ons eigen moeten maken — door goed te observeren.
Foto door Felipe Souza on Unsplash
